Structuur hoven en rechtbanken


© CASSIER & VAN MALDEGHEM / Raadplegingen te Antwerpen, Berlare en Gent - klik voor meer info


Rechtsbronnen

De basis van ons rechtssysteem is de Grondwet. Deze regelt de scheiding der machten en de manier waarop de drie machten uitgeoefend worden. Deze drie machten zijn de wettelijke macht, de uitvoerende macht en de rechterlijke macht.

De wetten maken het grootste deel van het recht uit. Deze wetten worden door de uitvoerende macht ten uitvoer gelegd.

De toetsing van al deze regels gebeurt door onze hoven en rechtbanken

De hoven en de rechtbanken



België is ingedeeld in vijf grote rechtsgebieden met elk een hof van beroep: Brussel, Luik,Bergen, Gent en Antwerpen. Deze gebieden zijn onderverdeeld in 27 gerechtelijke arrondissementen met elk een rechtbank van eerste aanleg. Daarnaast zijn er in de gerechtelijke arrondissementen 21 arbeidsrechtbanken en 23 rechtbanken van koophandel. De arrondissementen zijn op hun beurt onderverdeeld in 187 gerechtelijke kantons met elk een vredegerecht. Elk van de tien provincies en het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad hebben een hof van assisen.

Het hof van assisen is geen permanent gerecht. Het wordt samengesteld telkens wanneer beschuldigden naar het assisenhof worden verwezen. Voor welke rechtbank een geschil beslecht wordt, hangt af van de aard en de ernst van het strafbaar feit, de aard van het geschil en de grootte van het bedrag dat ermee gemoeid is.

Soms bepaalt de aard van het geschil waar de zaak aanhangig moet worden gemaakt. Zo is de vrederechter bevoegd voor conflicten tussen buren en is de rechtbank van eerste aanleg bevoegd voor echtscheidingen. In andere gevallen is het uitgangspunt de hoedanigheid van de partijen. Het merendeel van de geschillen tussen handelaars komt in principe voor de rechtbank van koophandel.

Het vredegerecht
Er zijn 187 vredegerechten in ons land. Een per gerechtelijk kanton. Soms zijn er wel meerdere zetels in een gerechtelijk kanton. Het vredegerecht behandelt burgerlijke zaken en handelszaken in geschillen tot een bedrag van 1.860 euro. De vrederechter is ook
bevoegd voor geschillen inzake huur, voor geschillen tussen buren, voor geschillen over erfdienstbaarheid of onteigening en voor voorlopige maatregelen tussen echtgenoten.

Wie het niet eens is met het vonnis van de vrederechter, kan dit aanvechten bij een hogere rechtbank: de rechtbank van eerste aanleg
als het gaat om een burgerlijk geding en de rechtbank van koophandel als het gaat om een geschil van handelsrechtelijke aard. Dit beroep is evenwel beperkt in sommige gevallen.

De politierechtbank
Er is minstens één politierechtbank per gerechtelijk arrondissement. In totaal zijn er 34 politierechtbanken in ons land. Het ambt van openbaar ministerie bij de politierechtbanken wordt uitgeoefend door de procureur des Konings en zijn substituten. De politierechtbank is een strafgerecht en behandelt overtredingen, wanbedrijven die met aanneming van verzachtende omstandigheden worden gecontraventionaliseerd, misdrijven in bijzondere wetten (bv. veldwetboek, boswetboek) en verkeersmisdrijven. In de loop der jaren is de politierechtbank vooral een ‘verkeersrechtbank’ geworden.

Tegen de vonnissen van de politierechtbank staat hoger beroep open bij de rechtbank van eerste aanleg.

De rechtbank van eerste aanleg
België telt 27 rechtbanken van eerste aanleg. Een per gerechtelijk arrondissement. De rechtbank van eerste aanleg heeft drie afdelingen: de burgerlijke rechtbank, de correctionele rechtbank en de jeugdrechtbank.

De burgerlijke rechtbank behandelt zaken die een persoon aangaan (bv. echtscheiding, afstamming, adoptie). Ze is ook bevoegd voor geschillen waarvan het bedrag hoger is dan 1.860 euro, voor geschillen over erfrechten of auteursrechten en voor beroepen ingesteld tegen vonnissen van de vrederechter.

De correctionele rechtbank is een strafgerecht dat belast is met de bestraffing van alle wanbedrijven, zoals oplichting, fraude, onopzettelijke doodslag, diefstal met inbraak, diefstal met geweld en gecorrectionaliseerde misdaden. Zij is ook de beroepsinstantie voor vonnissen van de politierechtbank. Een zaak kan voor de correctionele rechtbank gebracht worden door een rechtstreekse dagvaarding van het openbaar ministerie of de burgerlijke partij, of door een beschikking van de raadkamer, die na afloop van het gerechtelijk onderzoek bepaalt of de beklaagde al dan niet naar de correctionele rechtbank wordt verwezen. De raadkamer is een onderzoeksgerecht dat bestaat uit een kamer met een enkele rechter van de rechtbank van eerste aanleg die oordeelt of er reden zijn om de zaak door de correctionele rechtbank te laten behandelen of die beslist om de beklaagde buiten vervolging te stellen.

De jeugdrechtbank behandelt onder meer geschillen die vallen onder de toepassing van de wet op de jeugdbescherming (1965), zoals de ontheffing uit het ouderlijk gezag, de plaatsing van minderjarigen in opvanggezinnen of gesloten centra en jeugdcriminaliteit. De jeugdrechtbank bestaat uit een of meer kamers met een alleensprekend rechter, de jeugdrechter. Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door magistraten van het parket die gespecialiseerd zijn in jeugdzaken. De rechter legt jeugdige criminelen geen straffen
op, maar neemt maatregelen tegen hen. In de praktijk betekent dit dat hij de minderjarige kan berispen (tot de orde roepen), hem kan plaatsen in een opvanggezin of een gespecialiseerde instelling waar jongeren door opvoeders worden begeleid, hem dienstverlening kan opleggen en hem in sommige uitzonderlijke gevallen zelfs voorlopig kan opsluiten in de gevangenis. De jeugdrechter neemt opvoedkundige maatregelen. Wanneer de minderjarige de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt en een misdrijf heeft gepleegd, kan de jeugdrechter de zaak ook uit handen
geven. De minderjarige wordt dan voor een bijzondere kamer in de jeugdrechtbank gebracht, die als strafrechtbank zal optreden. Indien het misdrijf dermate ernstig is, zoals een moord, zal de jongere uitzonderlijk – niettegenstaande het feit dat hij minderjarig is – worden doorverwezen naar het hof van assisen.

De jeugdrechter kan ook maatregelen opleggen aan ouders, wanneer zij tekortschieten in hunopvoedingsplicht (gewelddaden tegenover hetkind, machtsmisbruik, ellendige leefomstandigheden,…). In dringende gevallen kunnen zelfs zeer snel maatregelen worden opgelegd om het
kind te beschermen.

Als een van de partijen of het openbaar ministerie zich niet kan neerleggen bij een vonnis van een rechtbank van eerste aanleg, kan die hiertegen in beroep gaan. De rechtbank moet wel in eerste aanleg hebben gevonnist en zich niet als beroepsinstantie hebben uitgesproken tegen een vonnis van de politie- of vrederechter. Het is het hof van beroep dat dan de zaak behandelt, ongeacht of het nu gaat om een zaak van de correctionele rechtbank, de burgerlijke rechtbank of de jeugdrechtbank.

De arbeidsrechtbank
In de gerechtelijke arrondissementen zijn er ook arbeidsrechtbanken. Er is in beginsel één arbeidsrechtbank per gerechtelijk arrondissement. Sommige arbeidsrechtbanken overkoepelen meer dan één arrondissement. Dat is het geval voor Veurne, Ieper Kortrijk. In de praktijk zijn er 21 arbeidsrechtbanken. Sommige arbeidsrechtbanken hebben afdelingen die zitting houden op een andere plaats dan hun zetel (bv. Dendermonde, Aalst en Sint- Niklaas). De arbeidsrechtbank is bevoegd bij sociale aangelegenheden, zoals geschillen over de sociale zekerheid (bv. pensioenen, werkloosheid), arbeidsgeschillen (bv. arbeidsovereenkomsten, arbeidsreglementen) en arbeidsongevallen.

De arbeidsrechtbank bestaat uit verschillende kamers die elk zijn samengesteld uit een rechter (beroepsmagistraat), twee rechters in sociale zaken (de ‘lekenrechters’) en het openbaar ministerie. De ene rechter in sociale zaken vertegenwoordigt de werknemers (arbeiders en bedienden), de andere de werkgevers. Deze personen worden voorgedragen door de representatieve verenigingen van werknemers en werkgevers. Het openbaar ministerie wordt hier arbeidsauditoraat genoemd en de procureur noemt men de arbeidsauditeur.

Wanneer de partijen het niet eens zijn met het vonnis van de arbeidsrechtbank, kunnen ze hoger beroep instellen bij het arbeidshof.

De rechtbank van koophandel
België telt 23 rechtbanken van koophandel in de gerechtelijke arrondissementen. Ook deze rechtbank heeft soms afdelingen op verschillende plaatsen in het arrondissement, terwijl andere rechtbanken over meer dan één arrondissement zijn bevoegd (bv. Eupen en Verviers). De rechtbank van koophandel is bevoegd voor geschillen tussen handelaren bij bedragen van meer dan 1.860 euro, maar ook over zeer specifieke aangelegenheden, zoals faillissementen of geschillen tussen aandeelhouders van een vennootschap.

De rechtbank van koophandel behandelt ook het hoger beroep tegen vonnissen van de vrederechters in handelszaken.

De kamers van de rechtbank van koophandel bestaan uit een rechter (beroepsmagistraat), twee rechters (lekenrechters) in handelszaken en het openbaar ministerie. Het gaat hier om lekenrechters die voorgedragen worden door de representatieve verenigingen van de handel en de nijverheid. Zij kiezen hun kandidaten onder handelaars, bestuurders van vennootschappen, bedrijfsrevisors en boekhouders. Het openbaar ministerie wordt vertegenwoordigd door leden van het parket bij de rechtbank van eerste aanleg.

Wanneer partijen de beslissing van de rechtbank van koophandel willen betwisten, stellen ze hoger beroep in bij het hof van beroep. Het bestreden vonnis moet wel in eerste aanleg zijn uitgesproken en mag dus zelf geen uitspraak zijn tegen een eerdere beslissing van de vrederechter.

De hoven van beroep
Ons land telt vijf hoven van beroep

Deze bevinden zich in Antwerpen, Gent, Brussel, Bergen en Luik.

De hoven van beroep bestaan uit meerdere kamers:

De burgerlijke kamers behandelen het beroep tegen de vonnissen die in eerste aanleg zijn uitgesproken door de burgerlijke afdelingen van de rechtbanken van eerste aanleg en door de rechtbanken van koophandel.

De correctionele kamers behandelen het beroep tegen de vonnissen die in eerste aanleg zijn uitgesproken door de correctionele
rechtbanken.

De jeugdkamers zijn bevoegd voor het beroep tegen vonnissen in eerste aanleg van de jeugdrechtbanken.

Arbeidshoven
Er zijn eveneens vijf arbeidshoven.

Het arbeidshof is, net zoals de arbeidsrechtbank, samengesteld uit een beroepsrechter, die raadsheer wordt genoemd en twee rechters in sociale zaken, die raadsheren in sociale zaken worden genoemd. Het arbeidshof behandelt het beroep tegen vonnissen van de arbeidsrechtbanken.

Het Hof van Cassatie
Er is slechts één Hof van Cassatie voor heel België. Het is gevestigd in Brussel. Binnen het gerechtelijk apparaat is het Hof van Cassatie de hoogste rechtsmacht, de ‘rechtbank der rechtbanken’. Hij staat borg voor de eerbiediging van het recht door hoven en rechtbanken. Het Hof van Cassatie spreekt zich niet uit over feiten, maar enkel over juridische vragen. Het cassatieberoep mag enkel op juridische gronden worden aangewend, dus bij schending van de wet of een algemeen rechtsbeginsel. Cassatieberoep is enkel mogelijk tegen arresten die in laatste aanleg zijn gewezen, met andere woorden tegen beslissingen waartegen geen beroep meer kan worden ingesteld.

Het Hof van Cassatie is samengesteld uit een eerste voorzitter, een voorzitter, afdelingsvoorzitters en raadsheren. Het openbaar ministerie wordt uitgeoefend door de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie of door een advocaat-generaal. Het Hof bestaat uit drie kamers: een voor burgerlijke, commerciële, fiscale en disciplinaire dossiers, een tweede voor strafrechtelijke dossiers en een
derde voor dossiers over arbeidsrecht en sociale zekerheid. Elke kamer bestaat uit een Nederlands –en een Franstalige afdeling. In elke afdeling zetelen in de regel vijf magistraten. Alvorens zich uit te spreken horen de magistraten de conclusies van het openbaar ministerie bij
het Hof van Cassatie. Het Hof van Cassatie kan beslissen tot verwerping van het cassatieberoep. Als de aangevoerde argumenten niet worden aangenomen, wordt het beroep verworpen en wordt het bestreden arrest definitief.

Als het Hof van Cassatie van oordeel is dat de bestreden beslissing is genomen met miskenning van de wet, wordt deze beslissing vernietigd, geheel of gedeeltelijk, met of zonder verwijzing. Er is cassatie met verwijzing naar een hof of een rechtbank van dezelfde hoedanigheid als de rechtbank die de bestreden beslissing heeft genomen, als er aanleiding is om de zaak opnieuw ten gronde te beoordelen. De zaak wordt dus nooit voor hetzelfde gerecht opnieuw aanhangig gemaakt. Bijvoorbeeld: een arrest van het hof van beroep in Luik dat wordt verbroken door het Hof van Cassatie wordt opnieuw behandeld door een hof van beroep, maar dan in Brussel of in Bergen.





MEER INFO?

Contactformulier

Consultatie na afspraak

De inhoud van deze website is louter informatief, en kan niet aanzien worden als het verlenen van juridisch advies, noch kunnen hieraan rechten ontleend worden. De auteurs aanvaarden hieromtrent geen enkele aansprakelijkheid.

Actueel
Handelsrecht
Bouwrecht
Vastgoedrecht
Contractenrecht
Gerechtelijk recht



Cassier &
Van Maldeghem

Kantoor Gent
Brugsevaart 31
9030 Gent

Kantoor Berlare
Donklaan 170
9290 Berlare

+32 (0)9 349 61 23


Kantoor Antwerpen
Brusselstraat 51
2018 Antwerpen

+32 (0)3 244 18 34


kantoor@cvm-advocaten.be