Minnelijke invordering consumentenschuld


© CASSIER & VAN MALDEGHEM - klik voor meer info of voeg ons toe op linkedin



Bij artikel 38 en 39 van de economische herstelwet van 27 maart 2009 (B.S. 7 april 2009) werden een aantal bepalingen van de wet van 20 december 2002 betreffende de minnelijke invordering van schulden van de consument gewijzigd.

Een aantal bepalingen in de aanmaning naar de consument toe worden verplicht gesteld.

Dit zijn de verplichte bepalingen:

- de identiteit, het ondernemingsnummer, het adres, het telefoonnummer en de hoedanigheid van de oorspronkelijke schuldeiser;
- een duidelijke beschrijving van de verplichting die de schuld heeft doen ontstaan;
- een duidelijke beschrijving en verantwoording van de bedragen die van de schuldenaar geŽist worden, met inbegrip van de geŽiste schadevergoedingen en nalatigheidsintresten;
- de vermelding dat, bij afwezigheid van reactie van de schuldenaar binnen een termijn van 15 dagen, de schuldenaar tot andere maatregelen tot invordering kan overgaan;
- een afzonderlijke alinea, in vet gedrukt en in een ander lettertype met volgende tekst: “Deze brief betreft een minnelijke invordering en geen gerechtelijke invordering (dagvaarding voor de rechtbank of beslag)”.

Naast strafsancties voorziet de wet ook in belangrijke gerechtelijke sancties.

Artikel 14 bepaalt:
"Iedere betaling die verkregen wordt in strijd met de bepalingen van de artikelen 3, 4, 6 en 7, behalve in het geval van een kennelijke vergissing die de rechten van de consument niet schaadt, wordt beschouwd als geldig door de consument verricht ten opzichte van de schuldeiser, maar dient door de persoon die de activiteit van minnelijke invordering van schulden verricht, te worden terugbetaald aan de consument. Heeft de invordering van een schuld betrekking op een geheel of ten dele onverschuldigd bedrag, in het bijzonder met toepassing van artikel 5, dan is degene die de betaling ontvangt ertoe gehouden het bedrag terug te betalen aan de consument, vermeerderd met de nalatigheidsintresten te rekenen van de dag van de betaling.”

Concreet betekent dit dat bv. de advocaat die van een consument een betaling bekomt, na een ingebrekestelling die niet voldoet aan de vereisten van artikel 6 van de wet, gehouden kan zijn dit bedrag enerzijds door te storten aan zijn cliŽnt, maar anderzijds bij wijze van sanctie terug moet betalen aan de consument.

Artikel 5 van de wet bepaalt bovendien dat het verboden is aan de consument enige vergoeding te vragen, anders dan de overeengekomen bedragen in de onderliggende overeenkomst in geval van niet naleving van de contractuele verbintenissen.





MEER INFO?

Contactformulier

Consultatie na afspraak

De inhoud van deze website is louter informatief, en kan niet aanzien worden als het verlenen van juridisch advies, noch kunnen hieraan rechten ontleend worden. De auteurs aanvaarden hieromtrent geen enkele aansprakelijkheid.



Cassier &
Van Maldeghem

Kantoor Gent
Brugsevaart 31
9030 Gent

+32 (0)9 349 61 23


Kantoor Antwerpen
Brusselstraat 51
2018 Antwerpen

+32 (0)3 369 12 72


kantoor@cvm-advocaten.be