KBO-wet


© CASSIER & VAN MALDEGHEM - klik voor meer info of voeg ons toe op linkedin



16 JANUARI 2003. - Wet tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen. (geldig 29.05.2013)


TITEL I. - Algemene bepalingen.

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2. Voor de toepassing van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan wordt verstaan onder :
1° " beheersdienst " : de dienst binnen de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstanden Energie belast met het beheer van de Kruispuntbank van Ondernemingen;
2° " dienst " : openbare dienst, instelling, natuurlijke persoon of rechtspersoon, aan wie taken van openbare dienst of van algemeen belang zijn toevertrouwd in uitvoering van deze wet;
3° [1 " onderneming " : elke entiteit die zich dient in te schrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen;]1
4° [1 " handelsonderneming " : elke natuurlijke persoon of rechtspersoon, die over een vestigingseenheid beschikt in België en er daden van koophandel uitoefent, zoals beschreven in het Wetboek van Koophandel en die aldus wordt vermoed de hoedanigheid van " handelaar " te hebben;]1
5° [1 " ambachtsonderneming " : de onderneming opgericht door een private persoon die over een vestigingseenheid beschikt in België en er gewoonlijk, krachtens een contract van huur van diensten, hoofdzakelijk materiële prestaties levert, voor zover daarmee geen leveringen van waren of slechts toevallige leveringen van waren gepaard gaan en aldus vermoed wordt de hoedanigheid van " ambachtsman " te hebben;]1
6° " vestigingseenheid " : een plaats die men geografisch gezien kan identificeren door een adres, waar ten minste een activiteit van de onderneming wordt uitgeoefend of van waaruit de activiteit wordt uitgeoefend;
7° " ondernemingsloket " : instelling die erkend is in uitvoering van Titel IV van deze wet en belast is met taken van openbare dienst of van algemeen belang bedoeld in deze wet;
8° " handelsregister " : deelverzameling van de Kruispuntbank van Ondernemingen omvattende de gegevens van de in de Kruispuntbank van Ondernemingen geregistreerde handels- en ambachtsondernemingen;
9° " rechtspersonenregister " : deelverzameling van de Kruispuntbank van Ondernemingen omvattende de gegevens van de in de Kruispuntbank van Ondernemingen geregistreerde rechtspersonen;
10° " de minister " : de minister bevoegd voor Middenstand.
----------
(1)

TITEL II. - Kruispuntbank van Ondernemingen.

HOOFDSTUK 1. - Oprichting van de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Art. 3. Binnen de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie wordt een register opgericht, " Kruispuntbank van Ondernemingen " geheten.
Dit register en de daarmee gepaard gaande invoering van een uniek ondernemingsnummer heeft tot doel door de realisatie van het principe van de unieke gegevensinzameling de administratieve verplichtingen opgelegd aan ondernemingen te vereenvoudigen en de werking van de overheidsdiensten efficiënter te organiseren.
De Kruispuntbank van Ondernemingen is belast met het opnemen, het bewaren, het beheren en het ter beschikking stellen van de gegevens die betrekking hebben op de identificatie van de ondernemingen [1 en hun gemandateerden]1 overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de wettelijke of reglementaire bepalingen die de oorspronkelijke verzameling van de in artikel 6 bedoelde gegevens toelaten door de overheden, administraties en diensten aangewezen krachtens artikel 7.
[1 De Kruispuntbank van Ondernemingen beoogt ook de optimalisering van het overdragen en het verspreiden van de gegevens betreffende de ondernemingen. Ten dien einde kan ze doorverwijzen of doorlinken naar andere publieke overheidsdatabanken.
De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de modaliteiten waarbinnen de Kruispuntbank van Ondernemingen ter beschikking wordt gesteld in het kader van de versterking van de strijd tegen fraude, overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de wettelijke of reglementaire bepalingen die de oorspronkelijke verzameling van de in artikel 6 bedoelde gegevens toelaten door de overheden, administraties en diensten aangewezen krachtens artikel 7.]1
----------
(1)

Art. 4. [1 § 1. In de Kruispuntbank van Ondernemingen worden gegevens opgenomen betreffende :
1° de rechtspersonen naar Belgisch recht;
2° de vestigingen, instanties en diensten naar Belgisch recht die opdrachten van algemeen nut of verbonden met de openbare orde uitvoeren en over een financiële en boekhoudkundige autonomie beschikken, onderscheiden van deze van de rechtspersoon naar Belgisch publiek recht waarvan ze afhankelijk zijn;
3° de rechtspersonen naar buitenlands of internationaal recht die in België beschikken over een zetel of die zich dienen te registreren in uitvoering van een door de Belgische wetgeving opgelegde verplichting;
4° iedere natuurlijke persoon, die in België als onafhankelijke entiteit :
a) een economische en beroepsmatige activiteit gewoonlijk, hoofdzakelijk of aanvullend uitoefent;
b) of die zich dient te registreren in uitvoering van een door de Belgische wetgeving opgelegde verplichting anders dan deze beoogd door deze wet;
5° de verenigingen zonder rechtspersoonlijkheid die zich dienen te registreren in uitvoering van een door de Belgische wetgeving opgelegde verplichting anders dan deze beoogd door deze wet;
6° de vestigingeenheden van de bovenvermelde ondernemingen.
§ 2. Voor de toepassing van § 1, oefent onder andere gewoonlijk een economische activiteit uit, ieder onderneming die in België :
1° hetzij als werkgever aan de sociale zekerheid is onderworpen;
2° hetzij aan de belasting over de toegevoegde waarde is onderworpen.
§ 3. Voor de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen van de personen en verenigingen beoogd in § 1, 1°, 3°, 4° en 5°, worden de modaliteiten door de Koning bepaald.]1
----------
(1)

HOOFDSTUK 2. - Inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Art. 5. Iedere onderneming of vestigingseenheid bedoeld in artikel 4, wordt in de Kruispuntbank van Ondernemingen ingeschreven en verkrijgt op het ogenblik van de inschrijving een ondernemings- of vestigingseenheidnummer. Dit nummer vormt hun uniek identificatienummer.

Art. 6.
§ 1. De inschrijving die gebeurt krachtens artikel 5 omvat de volgende gegevens :
1° de naam, de benaming of de firmanaam;
2° de nauwkeurige aanduiding van de onderscheiden adressen, in voorkomend geval, van de maatschappelijke zetel van de onderneming en van de verschillende vestigingseenheden in België;
3° de rechtsvorm;
4° de rechtstoestand;
5° de oprichting- en stopzettingdatum van de onderneming of de vestigingseenheid;
6° de identificatiegegevens van de oprichters, mandatarissen en lasthebbers van de onderneming;
7° de door de onderneming uitgeoefende economische activiteiten;
8° de overige basisidentificatiegegevens, die moeten verstrekt worden op het ogenblik van de oprichting van de rechtspersoon of in toepassing van Titel III;
9° de aanduiding van de toelatingen en vergunningen waarover de onderneming beschikt of de hoedanigheden waaronder deze gekend is bij de verschillende overheden, administraties en diensten;
10° [1 in voorkomend geval, de verwijzing naar de website van de onderneming, haar telefoonnummer, haar faxnummer en haar e-mailadres.]1
§ 2. De Koning kan, na advies van het in artikel 27 bedoelde toezichtcomité en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in § 1 opgesomde gegevens aanvullen met andere gegevens vereist voor de identificatie van ondernemingen of van gemeenschappelijk belang voor meerdere overheidsdiensten.
§ 3. Iedere wijziging die wordt aangebracht aan de in §§ 1 en 2 bedoelde gegevens, moet onverwijld in de Kruispuntbank van Ondernemingen worden opgenomen met aanduiding van de datum waarop zij in werking treedt en van de er voor verantwoordelijke dienst.
§ 4. Deze gegevens worden bewaard gedurende dertig jaar te rekenen van de dag van het verlies van de rechtspersoonlijkheid voor de rechtspersonen, of van de definitieve stopzetting van de activiteit voor de andere bij artikel 4 bedoelde houders van een inschrijving.
----------
(1)

Art. 7. Na advies van de in artikel 26 bedoelde coördinatiecommissie, wijst de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de overheden, administraties en diensten aan die, betreffende de categorieën van ondernemingen die Hij aanduidt en volgens de functionele verdeling die Hij vastlegt, belast zijn met de eenmalige inzameling en het actualiseren van de gegevens bedoeld in artikel 6.
Bij het uitoefenen van deze taak zijn de overheden, administraties en diensten onderworpen aan de wettelijke en reglementaire bepalingen die de oorspronkelijke verzameling van de in artikel 6 bedoelde gegevens toelaten.

Art. 8. Voor de uitvoering van hun opdrachten zoals omschreven in deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten, hebben de Kruispuntbank van Ondernemingen en de overheden, administraties en diensten bedoeld bij artikel 7, eerste lid :
1° toegang tot het Rijksregister van de natuurlijke personen, ingesteld door de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van natuurlijke personen;
2° het recht om het identificatienummer van het Rijksregister te gebruiken.

Art. 9. De Koning stelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de modaliteiten en de aard van de inschrijvingen en de wijzigingen vast, die rechtstreeks op een elektronisch beveiligde wijze door de ondernemingen, bedoeld in artikel 4, mogen worden meegedeeld aan de Kruispuntbank van Ondernemingen.

HOOFDSTUK 3. - Toekenning en gebruik van het ondernemings- en vestigingseenheidnummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Art. 10. Het ondernemingsnummer en het vestigingseenheidnummer toegekend op het ogenblik van de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen worden onmiddellijk na de toekenning medegedeeld aan de onderneming door de krachtens artikel 7, eerste lid, aangewezen overheden, administraties en diensten.
De Koning bepaalt de toekenningregels, de wijze van afleveren en de samenstelling van het ondernemings- en vestigingseenheidnummer.

Art. 11. Het gebruik van het ondernemingsnummer is verplicht in de betrekkingen die de ondernemingen hebben met de administratieve en rechterlijke overheden, evenals in de betrekkingen die deze laatste onderling hebben.
De krachtens artikel 7, eerste lid, aangewezen overheden, administraties en diensten nemen, teneinde de unieke gegevensinzameling mogelijk te maken, de nodige maatregelen opdat het ondernemings- en vestigingseenheidnummer een sleutel vormt die toegang geeft tot zowel de gegevens die opgenomen zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen, als tot de gegevens die zijn opgenomen in de door hen beheerde repertoria en geautomatiseerde bestanden, onverminderd de wettelijke en reglementaire bepalingen die de toegang tot deze gegevens regelen.

Art. 12. Wat de handels- en ambachtsondernemingen betreft, doet het toegekende ondernemingsnummer respectievelijk dienst als handelsregisternummer of als inschrijvingsnummer als ambachtsman.

Art. 13. Alle akten, facturen, aankondigingen, bekendmakingen, brieven, orders en andere stukken uitgaande van handels- en ambachtsondernemingen dienen steeds het ondernemingsnummer te vermelden.
Deze documenten moeten eveneens de domiciliëring en het nummer vermelden van ten minste één rekening waarvan de onderneming houdster is bij een in België gevestigde kredietinstelling die geen gemeentelijke spaarkas is en waarop de wet van 22 maart 1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen van toepassing is.
(De voor de uitoefening van een handels- of ambachtswerkzaamheid gebruikte gebouwen en marktkramen, evenals de vervoermiddelen, die hoofdzakelijk worden gebruikt in het kader van de uitoefening van een ambulante handel, of, in het geval van werkgevers, in het kader van een activiteit van burgerlijke of utiliteitsbouw of een activiteit van reinigen van het interieur van gebouwen, dragen op zichtbare wijze de in het eerste lid vermelde aanduidingen.)
(De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de in het kader van het derde lid vermelde activiteiten waarvoor de gebruikte vervoermiddelen op zichtbare wijze de in het eerste lid vermelde aanduidingen dragen, wijzigen.)

Art. 14. Elk op verzoek van een handels- of ambachtsonderneming betekend deurwaardersexploot vermeldt steeds net ondernemingsnummer.
Bij gebreke aan vermelding van het ondernemingsemmer op het deurwaardersexploot, verleent de rechtbank uitstel aan de handels- of ambachtsonderneming om haar inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen op de datum van het inleiden van de vordering te bewijzen.
Indien de handels- of ambachtsonderneming haar inschrijving in deze hoedanigheid in de Kruispuntbank van Ondernemingen op de datum van het inleiden van haar vordering niet bewijst binnen de door de rechtbank gestelde termijn of indien blijkt dat de onderneming niet ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen, verklaart de rechtbank de vordering van ambtswege onontvankelijk.
Indien de handels- of ambachtsonderneming wel in deze hoedanigheid is ingeschreven in de Kruispuntbank van Ondernemingen, maar haar vordering gebaseerd is op een activiteit waarvoor de onderneming op de datum van de inleiding van de vordering niet is ingeschreven of die giet valt onder het maatschappelijk doel waarvoor de onderneming op deze datum is ingeschreven, is de vordering van die onderneming eveneens onontvankelijk. De onontvankelijkheid is evenwel gedekt, indien de onontvankelijkheid niet voor elke andere exceptie of verweermiddel wordt ingeroepen.

Art. 15. Door de akten van rechtspleging, die krachtens artikel 14 onontvankelijk worden verklaard, worden de verjaring, alsmede de op straffe van nietigheid bepaalde rechtsplegingtermijnen gestuit.

Art. 16. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de verplichtingen bedoeld in de artikelen 13 en 14, uitbreiden tot andere categorieën van ondernemingen die in de Kruispuntbank van Ondernemingen zijn opgenomen.

HOOFDSTUK 4. - Toegang en gebruik van de gegevens opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Art. 17. Volgende gegevens, opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen, zijn gelet op hun aard, raadpleegbaar zonder voorafgaande machtiging :
1° de door de Kruispuntbank van Ondernemingen toegekende ondernemings- en vestigingseenheidnummers;
2° alle gegevens die moeten worden bekendgemaakt in uitvoering van :
- het Wetboek van vennootschappen;
- de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;
- de wet van 12 juli 1989 houdende verscheidene maatregelen tot toepassing van de Verordening (EEG) nr. 2137/85 van de Raad van 25 juli 1985 tot instelling van de Europese economische samenwerkingsverbanden;
- de faillissementswet van 8 augustus 1997;
- de wet van 17 juli 1975 met betrekking tot de boekhouding van de ondernemingen;
3° de gegevens die door handels- of ambachtsondernemingen moeten worden medegedeeld in uitvoering van artikel 37;
4° de gegevens vereist om na te gaan of een onderneming al dan niet aan de BTW-verplichtingen is onderworpen;
5° de bijzondere erkenningen of toelatingen waarover een onderneming beschikt, van zodra deze het voorwerp uitmaken van een verplichte bekendmaking.

Art. 18. § 1. De Koning stelt, op advies van de coördinatiecommissie en van het toezichtcomité, bedoeld in de artikelen 26 en 27, de nadere regelen voor de toegang tot de Kruispuntbank van Ondernemingen vast.
§ 2. De toegang tot andere gegevens dan deze opgesomd in artikel 17 vereist een voorafgaande machtiging van het toezichtcomité.
Vooraleer haar machtiging te geven, gaat het toezichtcomité na of deze toegang geschiedt in overeenstemming met deze wet en haar uitvoeringsbesluiten.
Deze machtiging kan toegestaan worden :
- aan overheden, administraties en diensten in de mate dat zij die gegevens nodig hebben voor het vervullen van hun opdrachten en wettelijke of reglementaire verplichtingen;
- aan andere instanties in de mate dat deze gegevens beantwoorden aan een welbepaald, uitdrukkelijk omschreven en gerechtvaardigd doeleinde, dat zwaarder doorweegt dan het belang of de fundamentele rechten en vrijheden van de onderneming waarop de gegevens betrekking hebben.
§ 3. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van het toezichtcomité, in welke gevallen geen machtiging vereist is.
§ 4. Ieder type uitwisseling tussen overheidsdiensten, op basis van het ondernemings- of vestigingseenheidnummer, van andere gegevens dan deze opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen moet vooraf gemeld worden aan het toezichtcomité, dat deze meldingen registreert in een kadaster, dat door iedereen kan geraadpleegd worden.
De Koning bepaalt, na advies van het toezichtcomité, de modaliteiten met betrekking tot deze melding, het Kadaster en de raadpleging.

Art. 19. Iedere onderneming heeft recht op mededeling van de hem betreffende gegevens die opgenomen zijn in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Indien blijkt dat de medegedeelde gegevens overeenkomstig de ter zake geldende wetgeving onnauwkeurig, onvolledig of onjuist zijn, kan de houder van een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen de verbetering van deze gegevens vragen op de wijze en binnen de termijnen vastgesteld door de Koning.

Art. 20. De Koning bepaalt, na advies van het toezichtcomité, welke in artikel 17 opgesomde gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen, gelet op hun openbaar karakter, vrij mogen worden gecommercialiseerd en onder welke voorwaarden en waarborgen.
Enkel de beheersdienst mag deze basisgegevens aan ondernemingen verstrekken.

Art. 21.
§ 1. Onverminderd artikel 20 kan eenieder bij een ondernemingsloket inzage nemen van de gegevens van het handelsregister betreffende een bepaalde handels of ambachtsonderneming en zich volledige of gedeeltelijke afschriften dan wel uittreksels van het register doen afgeven op de wijze bepaald door de Koning.
§ 2. De afschriften of uittreksels van het handelsregister worden voor eensluidend gewaarmerkt, tenzij de aanvrager afstand doet van dit vormvoorschrift.
§ 3. De afschriften of uittreksels vermelden niet de inhoud van rechterlijke beslissingen die betrekking hebben op :
1° een faillissement en één van de veroordelingen bepaald in de artikelen 486, 489bis en 489ter van het Strafwetboek, in geval van rehabilitatie;
2° [1 een procedure van gerechtelijke reorganisatie]1;
3° onbekwaamverklaring of benoeming van een gerechtelijk raadsman, wanneer een vonnis van opheffing is gewezen;
4° de in artikel 62 bedoelde veroordelingen.
----------
(1)

Art. 21/1. [1 De gegevens vermeld op de uittreksels van de Kruispuntbank van Ondernemingen hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel.]1
----------
(1)

HOOFDSTUK 5. - Realisatie van het principe van de unieke gegevensinzameling.

Art. 22. Overheden, administraties en diensten die gemachtigd zijn de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen te raadplegen, mogen deze gegevens niet meer opnieuw rechtstreeks opvragen bij de ondernemingen bedoeld in artikel 4 of bij de lasthebbers van deze laatste.
Eens een gegeven is medegedeeld aan en opgenomen in de Kruispuntbank van Ondernemingen kunnen de diensten die gemachtigd zijn de gegevens van de Kruispuntbank Ondernemingen te raadplegen, het niet rechtstreeks meedelen ervan niet langer ten laste leggen aan betrokkene.

HOOFDSTUK 6. - Verplichtingen van de griffies van de rechtbanken.

Art. 23. § 1. De griffier van de rechtbank die ze heeft uitgesproken, stelt de Kruispuntbank van Ondernemingen in kennis van de inhoud van de vonnissen of arresten :
1° tot het onbekwaam verklaren of het onder gerechtelijk raadsman stellen van een natuurlijk persoon-handelaar of tot het opheffen van deze maatregelen;
2° tot ontneming of teruggave van de beheersbevoegdheden of een deel ervan aan een echtgenoot natuurlijk persoon-handelaar die onder gemeenschap van goederen is gehuwd;
3° tot uitspraak van scheiding van goederen ten aanzien van echtgenoten van wie één een natuurlijk persoon-handelaar is;
4° tot homologatie van de akte houdende wijziging van het huwelijksvermogensstelsel van echtgenoten van wie één een natuurlijk persoon-handelaar is;
5° tot verklaring van afwezigheid van een natuurlijk persoon-handelaar;
6° tot aanwijzing van een voorlopig bewindvoerder over een handels- of ambachtsonderneming of een opheffing van deze maatregel;
7° geldende als verklaring van afstand of van opheffing van een handels- of ambachtsonderneming;
8° tot aanwijzing van een sekwester over de goederen van een onderneming;
9° die aan een onderneming verbod opleggen tot het uitoefenen van haar activiteit;
10° tot verbod een werkzaamheid of een functie uitte oefenen overeenkomstig de artikelen 1, 1bis, 2 en 3bis van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen of waarbij aan de rechtbanken van koophandel de bevoegdheid wordt toegekend om dergelijk verbod uit te spreken;
11° waarbij beslist wordt dat een onderneming geen daden van bestuur of van beheer kan stellen zonder machtiging van de commissaris inzake opschorting of waarbij deze beslissing wordt gewijzigd;
12° tot faillietverklaring, tot uitspraak van de opheffing van het faillissement, tot uitspraak van de sluiting van de faillissementsverrichting, tot vaststelling van de verschoonbaarheid of onverschoonbaarheid van de gefailleerde en tot verklaring van rehabilitatie ten aanzien van de gefailleerde;
13° tot veroordeling wegens de strafbare feiten bedoeld in de artikelen 489, 489bis en 489ter van het Strafwetboek;
14° (die oordelen over een vordering tot gerechtelijke reorganisatie of een opschorting verlenen of verlengen;)
15° (die een procedure van gerechtelijke reorganisatie sluiten of beëindigen, een reorganisatieplan intrekken of een homologatie van een reorganisatieplan weigeren;)
16° waarbij ontbinding, vereffening of nietigverklaring van de rechtspersoon wordt uitgesproken;
17° tot veroordeling wegens de bij de artikel 62 bedoelde misdrijven;
18° waarbij wordt vastgesteld dat niet meer voldaan is aan de krachtens de bijzondere wetten en reglementen gestelde voorwaarden voor de uitoefening van de activiteiten van een onderneming;
19° waarbij aan een echtgenoot verboden wordt een werkzaamheid uit te oefenen waarvoor een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen vereist is.
(20° waarbij een rechtspersoon overeenkomstig artikel 5 van het Strafwetboek wordt veroordeeld.)
§ 2. De griffier stelt de Kruispuntbank van Ondernemingen in kennis van elk mogelijk verzet of beroep tegen een in § 1 bedoeld gewezen vonnis.
§ 3. De griffier van de rechtbank die ze heeft uitgesproken stelt de Kruispuntbank van Ondernemingen in kennis van de rechterlijke beslissingen waarbij een in § 1 bedoeld vonnis of arrest wordt vernietigd of waarbij eerherstel wordt verleend na een dergelijk vonnis of arrest.
§ 4. Alle kennisgevingen en mededelingen, waarvan sprake in de voorgaande paragrafen, geschieden op de wijze door de Koning bepaald.

HOOFDSTUK 7. - Ambtshalve inschrijving, wijziging of doorhaling van gegevens.

Art. 24. § 1. Alle belanghebbenden, zowel natuurlijke personen als rechtspersonen, kunnen bij de beheersdienst de verbetering van elke onjuiste vermelding in een inschrijving of wijziging in de Kruispuntbank van Ondernemingen vragen alsook de doorhaling van de in strijd met deze wet of haar uitvoeringsbesluiten aanvaarde inschrijvingen of wijzigingen.
§ 2. Alle diensten, die toegang hebben tot de gegevens van de Kruispuntbank van Ondernemingen zijn gehouden, van zodra zij hetzij foutieve of het ontbreken van gegevens vaststellen in de Kruispuntbank van Ondernemingen, hetzij vaststellen dat een inschrijving, wijziging of doorhaling niet is gebeurd, dit te melden aan de beheersdienst.
§ 3. De beheersdienst is bevoegd tot het ambtshalve inschrijven van een onderneming, wijzigen of doorhalen van gegevens van ondernemingen in de Kruispuntbank van Ondernemingen, indien deze inschrijvingen, wijzigingen of doorhalingen niet door de onderneming zelf werd aangegeven binnen de voorgeschreven termijn via de daartoe aangewezen dienst.

Art. 25. § 1. Volgens de aard van de vaststelling, meldt de beheersdienst de gegevens bedoeld in artikel 24, § 3, aan de dienst die in toepassing van artikel 7, eerste lid, werd aangeduid als bron van het betrokken gegeven, of gaat zij over tot ambtshalve wijziging indien het gegevens betreft waarvoor de Kruispuntbank van Ondernemingen zelf als bron werd aangeduid.
§ 2. Voorafgaandelijk aan de ambtshalve inschrijving, wijziging of doorhaling, maakt de beheersdienst zijn voornemen door middel van een ter post aangetekend schrijven bekend aan de betrokken onderneming of aan haar rechtsopvolgers, met aanduiding van de dienst waarbij de inschrijving, wijziging of doorhaling moet geregistreerd worden.
Betrokkenen beschikken over een periode van dertig dagen na de verzending van het aangetekend schrijven om vrijwillig bij de in het aangetekend schrijven aangeduide dienst over te gaan tot de gevraagde inschrijving, wijziging of doorhaling.
Laat betrokkene na binnen de gestelde termijn over te gaan tot de gevraagde inschrijving, wijziging of doorhaling dan wordt door de beheersdienst op het ogenblik van de ambtshalve invoer van de betreffende gegevens, naast het eventueel in toepassing van deze wet verschuldigd inschrijvingsgeld, een administratieve geldboete opgelegd ten bedrage van maximum 500 euro.

Art. 25bis. [1 § 1. In afwijking van de procedure voorzien in artikel 25 gaat de beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen zonder aanrekening van kosten over tot :
1° de ambtshalve doorhaling van de activiteiten, hoedanigheden, toelatingen en vestigingseenheden van ondernemingen natuurlijke personen waarvan de oprichter reeds minstens zes maanden overleden is volgens de gegevens afkomstig van het rijksregister van de natuurlijke personen;
2° de ambtshalve doorhaling van de activiteiten, hoedanigheden, toelatingen en vestigingseenheden van ondernemingen rechtspersonen waarvan de afsluiting van de vereffening minstens drie maanden geleden werd uitgesproken;
3° de ambtshalve doorhaling van de activiteiten, hoedanigheden, toelatingen en vestigingseenheden van ondernemingen rechtspersonen ten minste drie maanden na de beslissing tot sluiting van de verrichtingen van het faillissement in toepassing van de wet van 8 augustus 1997.
§ 2. Om de gegevenskwaliteit in de Kruispuntbank van Ondernemingen te garanderen en te verbeteren, kan de Koning, bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de gevallen beoogd in § 1 uitbreiden of wijzigen.]1
----------
(1)

HOOFDSTUK 8. - Bijzondere bepalingen omtrent de werking van de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Art. 26. Er wordt bij de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie een coördinatiecommissie opgericht, voorgezeten dooreen vertegenwoordiger van de Eerste minister. De coördinatiecommissie verstrekt advies overeenkomstig de artikelen 7, 18, § 1, en 73.
Deze adviezen worden overgemaakt aan het begeleidingscomité, opgericht bij de beheersdienst van de Kruispuntbank van Ondernemingen, dat belast is met de begeleiding van de werking van de Kruispuntbank voor ondernemingen.
De Koning bepaalt bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de samenstelling en de werkingsmodaliteiten van de coördinatiecommissie en het begeleidingscomité.

Art. 27. Binnen de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer wordt een sectoraal comité voor de Kruispuntbank van Ondernemingen, " Toezichtscomité genaamd " opgericht, dat belast is met de afgifte van Je machtiging bedoeld in artikel 18, § 2.
Het comité verstrekt tevens de adviezen bedoeld in de artikelen 6, § 2, 18, § 1, en 20, binnen dertig dagen na de aanhangigmaking door de beheersdienst. Bij ontstentenis van advies binnen de voorgeschreven termijn, wordt het advies geacht het voorstel te volgen dat de beheersdienst in de adviesaanvraag had geformuleerd.
Dat sectoraal comité is samengesteld uit drie leden van de Commissie, van wie de voorzitter of een ander, door de Commissie in die hoedanigheid aangewezen lid, dat het comité voorzit, alsmede uit drie externe leden aangewezen door de Kamer van volksvertegenwoordigers overeenkomstig de door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, bepaalde voorwaarden en nadere regels. Bij staking van stemmen beslist de stem van de voorzitter.
De werkingsregels van dat sectoraal comité worden, zonder afbreuk te doen aan deze wet, bepaald in of krachtens de wet. Die regels bekrachtigen het recht van de voorzitter van het sectoraal comité om een aan dat comité voorgelegd dossier voor de Commissie zelf te brengen en de beslissing van het comité zo nodig te herzien.

Art. 28. In afwachting van de installatie en de benoeming van de leden van het Toezichtscomité, is de Commissie voor de Bescherming van de Persoonlijke Levenssfeer belast met de opdrachten die aan het Toezichtscomité worden toebedeeld krachtens deze wet. De termijn van 30 dagen voorzien om een advies te verlenen en bepaald door artikel 27 wordt beperkt tot 20 dagen voor wat betreft de besluiten die prioritair nodig zijn in het raam van de opstartfase van de Kruispuntbank voor Ondernemingen.

Art. 29. De personen die bij het uitoefenen van hun functies tussenkomen in het opnemen, het bewaren, het beheren en het ter inzage stellen van de gegevens bedoeld in artikel 6, zijn gehouden aan het beroepsgeheim.
Zij nemen alle nodige voorzorgsmaatregelen om de veiligheid van de opgenomen gegevens te verzekeren en met name te beletten dat deze gegevens vervormd of beschadigd worden, of meegedeeld worden aan personen die geen machtiging hebben om er kennis van te nemen.
Zij waken over de rechtmatigheid van de mededeling van de gegevens.

Art. 30. De Koning wijst, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de personen aan die in oorlogstijd, in omstandigheden daarmee gelijkgesteld krachtens artikel 7 van de wet van 12 mei 1927 op de militaire opeisingen of tijdens de bezetting van het grondgebied door de vijand, belast worden met de vernietiging van de gegevensbanken van de Kruispuntbank van Ondernemingen.
De Koning stelt de voorwaarden en de modaliteiten van deze vernietiging vast.

Art. 31. De kosten voor de werking en het gebruik van de Kruispuntbank van Ondernemingen worden gedragen door een krediet ingeschreven op de begroting van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
De Koning kan een vergoeding vaststellen voor het gebruik van de Kruispuntbank van Ondernemingen door diensten die geen opdrachten uitvoeren voor de federale overheid. In voorkomend geval bepaalt Hij per categorie van gebruikers en voorwerp van de aanvraag, het bedrag van de vergoeding.
[1 Behalve in het geval bedoeld in het eerste lid, kan de bijzondere verwerking van gegevens uit de Kruispuntbank van Ondernemingen aanleiding geven tot het innen van een vergoeding. Het bedrag van die vergoeding wordt bepaald in onderling overleg tussen de beheersdienst en de overheid, administratie of de dienst aan wie deze gegevens worden meegedeeld en in een overeenkomst vastgelegd.]1
----------
(1)

Art. 31/1. [1 § 1. Onverminderd artikel 31, wordt bij de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie een " Begrotingsfonds Kruispuntbank van Ondernemingen " opgericht, hierna " het Fonds " genoemd.
Dit Fonds vormt een organiek begrotingsfonds in de zin van artikel 45 van de gecoördineerde wetten van 17 juli 1991 op de Rijkscomptabiliteit.
§ 2. Het Fonds dient voor ontwikkeling van de Kruispuntbank van Ondernemingen, alsook voor de verbetering en optimalisatie van haar werking en haar gebruik.
§ 3. De inkomsten die aan het Fonds worden toegewezen, alsook de uitgaven die ten laste ervan kunnen gebeuren, worden voor genoemd Fonds opgenomen in de tabel die bij de organieke wet van 27 december 1990 houdende oprichting van begrotingsfondsen is gevoegd.
§ 4. Het Fonds wordt beheerd volgens de modaliteiten vastgelegd door de Minister bevoegd voor Economie.]1
----------
(1)

Art. 32. Artikel 66 van de wet van 2 mei 2002 tot wijziging van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" De Koning bepaalt voor elk artikel van deze wet de datum waarop het in werking treedt. "

TITEL III. - Inschrijving van handelsondernemingen en ambachtsondernemingen.

HOOFDSTUK 1. - Verplichting tot inschrijving.

Art. 33. § 1. Alle handels- en ambachtsondernemingen zijn verplicht om zich vóór de aanvang van hun activiteiten in deze hoedanigheid te laten inschrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen bij een ondernemingsloket naar keuze.
Deze verplichting is zowel van toepassing op het ogenblik van de oprichting van de onderneming als bij de opening van een nieuwe vestigingseenheid.
§ 2. Deze inschrijving vormt, behoudens tegenbewijs, een vermoeden van de hoedanigheid van koopman of ambachtsman, naargelang de aard van de inschrijving.
§ 3. In afwijking van § 1, behoeven de vennoten onder firma en de werkende vennoten, ofschoon zij handelaars zijn, niet afzonderlijk in de Kruispuntbank van Ondernemingen te worden ingeschreven.

Art. 34. De Koning stelt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag vast van het inschrijvingsrecht voor de Kruispuntbank van Ondernemingen als handels- of ambachtsonderneming.
Hij kan hierbij een onderscheid maken op basis van de juridische aard van de onderneming.
De aldus vastgestelde bedragen kunnen op 1 januari worden aangepast aan de procentuele verandering van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijzen indien het geïndexeerde bedrag minstens (0,5 euro) hoger is dan het van toepassing zijnde bedrag. Het bedrag van de verhoging wordt naar beneden toe afgerond op het veelvoud van (0,5 euro).

HOOFDSTUK 2. - Verplichting tot wijziging.

Art. 35. § 1. Niettegenstaande de bepalingen van § 2, moeten de ondernemingen die voornemens zijn een andere handels- of ambachtsactiviteit uit te oefenen dan deze waarvoor zij werden ingeschreven, vooraf om een wijziging van hun inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen verzoeken. Deze verplichting geldt op dezelfde wijze voor de handels- en ambachtsondernemingen die voornemens zijn in België een nieuwe vestigingseenheid op te richten.
Wanneer de uitoefening van een nieuwe handels- of ambachtswerkzaamheid voortvloeit uit een overdracht van de bedrijvigheid van een onderneming, om niet of onder bezwarende titel, onder levenden of ingevolge overlijden, dan moeten deze ondernemingen, in afwijking van § 1, binnen een termijn van één maand na de overdracht of de aanvaarding van de nalatenschap tot wijziging overgaan.
§ 2. Binnen een termijn van één maand vanaf de verandering in hun toestand moeten de handels- en ambachtsondernemingen verzoeken om een wijziging van hun inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen indien één van de vermeldingen van de inschrijving, door de Koning bepaald overeenkomstig artikel 37, niet meer overeenstemt met de werkelijke toestand.

HOOFDSTUK 3. - Verplichting tot doorhaling.

Art. 36. In geval van beëindiging van alle activiteiten of sluiting van één van de vestigingseenheden, moeten de handels- of ambachtsonderneming of haar rechtsopvolgers, binnen één maand na de beëindiging, om de doorhaling van de inschrijving verzoeken.
Wanneer de in het eerste lid vermelde beëindiging voortvloeit uit een overdracht van de bedrijvigheid van een onderneming, om niet of onder bezwarende titel, onder levenden of ingevolge overlijden, dan moet de doorhaling gebeuren binnen een termijn van één maand na de overdracht of de aanvaarding van de nalatenschap.

HOOFDSTUK 4. - Gemeenschappelijke bepalingen aan de inschrijving, wijziging of doorhaling.

Art. 37. Het verzoek tot inschrijving, wijziging of doorhaling moet gebeuren door de onderneming zelf, dit wil zeggen door de inschrijvingsplichtige natuurlijke personen respectievelijk de daartoe bevoegde vertegenwoordigers van de inschrijvingsplichtige handels- of ambachtsonderneming.
Het verzoek geschiedt op de door de Koning vastgestelde wijze.
De Koning bepaalt de vermeldingen die het verzoek tot inschrijving, wijziging of doorhaling moet bevatten.

Art. 38. De ondernemingsloketten moeten onverwijld de inschrijving, wijziging of doorhaling doen, die hen worden gevraagd.

Art. 39. De ondernemingsloketten dienen elk verzoek tot inschrijving, wijziging of doorhaling te weigeren en de redenen voor die weigering te rechtvaardigen :
1° indien zij vaststellen dat het verzoek afkomstig is van iemand die daartoe niet verplicht of bevoegd is;
2° bij verzuim van één van de stukken of vermeldingen die het verzoek dient te bevatten overeenkomstig artikel 37 en haar uitvoeringsbesluiten;
3° indien niet voldaan is aan de door deze wet en zijn uitvoeringsbesluiten, of krachtens andere wetten, opgelegde voorafgaandelijke inschrijvingsvoorwaarden, waarvan de controle is toevertrouwd aan deze loketten.

Art. 40. § 1. De weigering van de inschrijving, wijziging of doorhaling in de Kruispuntbank van Ondernemingen wordt geacht definitief te zijn, tenzij de aanvrager een nieuwe aanvraag indient die wel voldoet aan de gestelde voorwaarden, of een beroep indient tegen de beslissing van het ondernemingsloket bij de vestigingsraad binnen de 30 werkdagen volgend op de datum van weigering van inschrijving.
§ 2. [1 ...]1
----------
(1)

Art. 41. [1 Een ondernemingsloket verstrekt de onderneming, op de wijze door de Koning bepaald, op haar eerste verzoek een volledig uittreksel van de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen met vermelding van de datum van afgifte van het uittreksel.]1
----------
(1)

TITEL IV. - Inrichting van de ondernemingsloketten.

HOOFDSTUK 1. - Ondernemingsloketten.

Afdeling 1. - Instelling en taken ondernemingsloketten.

Art. 42. Niemand mag, zonder de voorafgaandelijke en schriftelijke erkenning van de minister de activiteit van ondernemingsloket uitoefenen.

Art. 43. [1 § 1. Onverminderd de taken die hen opgedragen worden door of in uitvoering van deze wet of andere wetten, hebben de ondernemingsloketten als taak :
1° via hun infrastructuur, de dienstverrichters toe te laten
a) alle procedures en formaliteiten te laten afwikkelen die nodig zijn voor de toegang tot hun dienstenactiviteiten zoals bedoeld in artikelen 1 en 2 van de dienstenrichtlijn, in het bijzonder alle voor vergunningen nodige verklaringen, kennisgevingen en aanvragen bij de bevoegde instanties, met inbegrip van de aanvragen tot inschrijving in een register, op een rol, in een databank, of bij een beroepsorde of beroepsvereniging;
b) alle vergunningsaanvragen te laten afwikkelen die nodig zijn voor de uitoefening van hun dienstenactiviteiten, zoals bedoeld in de dienstenrichtlijn;
2° de handels- en ambachtsondernemingen en de niet-handelsondernemingen van privaat recht, in die hoedanigheden inschrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
3° in de door de Koning bepaalde gevallen nagaan of de handels- en ambachtsondernemingen en de niet-handelsondernemingen naar privaat recht voldoen aan de krachtens bijzondere wetten en reglementen opgelegde voorwaarden om ingeschreven te worden;
4° de toegang tot de in 2° bedoelde inschrijvingen waarborgen, volgens de door de Koning bepaalde nadere regels en voorwaarden;
5° het bewaren van de archieven met betrekking tot de in 2° en 3° bedoelde voorwaarden en inschrijvingen, volgens de door de Koning bepaalde nadere regels;
6° het verrichten van administratieve formaliteiten, in uitvoering van deze wet of andere wetten, of krachtens deze wetten, volgens de door de Koning vastgestelde nadere regels;
7° er voor zorgen dat de dienstverrichters en de afnemers, voor wat betreft de dienstenactiviteiten bedoeld in § 1, 1°, a) en b), informatie krijgen over :
a) de eisen die gelden voor de dienstverrichters, in het bijzonder de eisen inzake de procedures en formaliteiten die afgewikkeld moeten worden om toegang te krijgen tot dienstenactiviteiten en deze uit te oefenen;
b) de adresgegevens van de bevoegde instanties, waaronder die welke bevoegd zijn op het gebied van de uitoefening van dienstenactiviteiten, zodat rechtstreeks contact met hen kan worden opgenomen;
c) de middelen en voorwaarden om toegang te krijgen tot openbare registers en databanken met gegevens over dienstverrichters en diensten;
d) de rechtsmiddelen die normaal voorhanden zijn bij geschillen tussen de bevoegde instanties en de dienstverrichter of de afnemer, tussen een dienstverrichter en een afnemer of tussen dienstverrichters onderling;
e) de adresgegevens van de verenigingen of organisaties, anders dan de bevoegde instanties, waarvan dienstverrichters of de afnemers praktische bijstand kunnen krijgen;
8° het ontvangen voor rekening van de Schatkist van de inschrijvings- en registratierechten, retributies en kosten voor publicatie, met betrekking tot de in dit artikel bedoelde taken, volgens de door de Koning vastgestelde nadere regels en voorwaarden.
[2 9° de rechtspersonen en natuurlijke personen die een inschrijving vragen in de Kruispuntbank van ondernemingen de volgende informatie meegeven :
- elke natuurlijke persoon die in België een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefent uit hoofde waarvan hij dient te zijn aangesloten bij een sociale verzekeringskas voor zelfstandigen, dient zich aan te sluiten uiterlijk op de dag van de aanvang van de zelfstandige activiteit;
- in geval van niet-naleving van deze verplichting, wordt een administratieve geldboete opgelegd krachtens artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen;
- hierbij zijn de rechtspersonen hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de administratieve geldboete opgelegd aan hun vennoten of mandatarissen;
- de zelfstandige die een zelfstandige activiteit uitoefent waarvoor hij niet ingeschreven is in de Kruispuntbank van ondernemingen, overeenkomstig de artikelen 5, 33 of 35 van de wet van 16 januari 2003 tot oprichting van een Kruispuntbank van ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister, tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen, kan hiervoor bestraft worden krachtens de artikelen 25 of 62 van diezelfde wet, alsook krachtens artikel 17bis van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen.]2
Het ondernemingsloket reageert binnen de vijf werkdagen, te rekenen vanaf het moment waarop de informatie beschikbaar is, op elk verzoek om de in het eerste lid bedoelde informatie. Wanneer het verzoek onjuist, onvolledig of ongegrond is, stelt het de aanvrager daarvan onverwijld in kennis.
§ 2. Bijkomend kan het ondernemingsloket aan ondernemingen adviserende en begeleidende diensten verlenen met uitzondering van de diensten die bij wet exclusief voorbehouden zijn voor bepaalde vrije, dienstverlenende en intellectuele beroepen uit de economische sector.
§ 3. Het ondernemingsloket is eenvoudig, van op afstand en met elektronische middelen bereikbaar, om alle procedures en formaliteiten betreffende de toegang tot en de uitoefening van een dienstenactiviteit bedoeld in § 1, 1° a) en b) te kunnen afwikkelen, met uitzondering van de inspectie van de plaats waar de dienst wordt verricht, van de door de dienstverrichter gebruikte uitrusting, en van de fysieke controle van de geschiktheid of de persoonlijke integriteit van de dienstverrichter of van zijn verantwoordelijke personeelsleden, wanneer die integraal deel uitmaken van een procedure of formaliteit.]1
----------
(1)
(2)

Art. 44. § 1. De ondernemingsloketten dienen de inschrijvingsdossiers van handelsondernemingen, waarvoor ze in uitvoering van artikel 43, 2°, niet gemachtigd zijn zelf te beslissen omtrent de inschrijving, voorafgaandelijk voor te leggen aan de hiertoe aangewezen dienst van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
§ 2. Deze dienst onderzoekt of, enerzijds voor inschrijving in het handelsregister en anderzijds voor de toegang tot de gewenste professionele activiteit, de vereiste voorwaarden zijn vervuld. Zodra alle documenten die toelaten het dossier van de handels- of ambachtsonderneming te onderzoeken, aangekomen zijn, brengt hij de onderneming en het ondernemingsloket op de hoogte van de volledigheid van het dossier. Hij verleent een schriftelijk en gemotiveerd advies binnen een termijn van 15 dagen volgend op de betekening van de volledigheid van het dossier.
§ 3. Bij gebreke aan een schriftelijk en gemotiveerd advies binnen een termijn van vijftien dagen volgend op de betekening van de volledig verklaring van het dossier wordt het advies geacht positief te zijn.

Afdeling 2. - Erkenningsvoorwaarden voor de ondernemingsloketten.

Art. 45.[1 § 1. Een organisatie mag onder de volgende voorwaarden als ondernemingsloket erkend worden :
1° zij neemt de vorm aan van een vereniging zonder winstoogmerk, overeenkomstig de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen;
2° haar leden behoren ten minste tot één van de volgende organisaties :
a) representatieve werkgevers- of zelfstandigenorganisaties, die vertegenwoordigd zijn in of erkend zijn door de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen, de " Conseil économique et social de la Région wallonne ", de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest of een paritair comité opgericht in toepassing van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;
b) sociaal verzekeringsfondsen voor zelfstandigen, erkend in uitvoering van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen;
c) sociale secretariaten voor werkgevers, erkend in uitvoering van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
d) kamers erkend door de Federatie der Kamers voor handel en nijverheid van België;
e) samenwerkingsverbanden tussen verschillende van de hierboven vermelde organisaties;
3° haar statuten vermelden als doel de uitvoering van de taken van ondernemingsloket in de zin van deze wet;
4° zij beschikt volgens de door de Koning vastgestelde nadere regels en het door de minister opgestelde lastenboek, over :
a) bekwame medewerkers;
b) interne beheersprocedures;
c) ontvangstvoorzieningen, kantoren en materieel en archiefruimte;
d) een eigen boekhouding;
e) informatica-uitrusting, met inbegrip van beveiligings- en controlemechanismen;
5° zij verkeert niet in staat van vereffening, noch is ze onderwerp van een procedure tot vereffening of tot staking van haar werkzaamheden;
6° zij is in orde met de verplichtingen inzake de betaling van sociale zekerheidsbijdragen en met haar verplichtingen inzake de betaling van belastingen en taksen in overeenstemming met de Belgische wet;
7° zij beschikt over een voldoende eigen private financiële en economische draagkracht om haar taken, omschreven in deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, uit te voeren;
8° zij heeft haar beroepsaansprakelijkheid laten verzekeren.
§ 2. De Koning kan, bij besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, nadere regels bepalen voor het vaststellen van het minimum aantal vestigingseenheden en de vestigingsplaats van de ondernemingsloketten, rekening houdende met een voldoende spreiding en de behoeften.]1
§ 3. [2 In afwijking van de bepalingen van § 1 blijven de erkenningen van de ondernemingsloketten, verleend op 9 september 2008, behouden tot 31 december 2014, onder de voorwaarden zoals die van toepassing waren op de dag van de erkenning.]2
----------
(1)
(2)

Art. 46. § 1. De aanvraag tot erkenning wordt ingediend bij de minister door middel van een aangetekende brief of tegen ontvangstbewijs.
§ 2. De aanvraag moet vergezeld zijn van een bedrijfsplan en van alle documenten vereist door de erkenningsvoorwaarden.
In het bedrijfsplan dient duidelijk te worden aangegeven op welke manier de activiteit als ondernemingsloket zal gefinancierd worden, hoe zal voorzien worden in de vereiste beroepsbekwaamheid en welke geografische zone het ondernemingsloket wil bestrijken. Deze voorwaarden zijn eveneens vereist voor elke vestigingseenheid van het loket.
§ 3. De openbare instellingen kunnen als gemachtigde optreden in naam van hun cliënten bij een ondernemingsloket.
§ 4. De minister kan overgaan tot de erkenning van een ondernemingsloket georganiseerd door een vereniging onder winstoogmerk, hoofdzakelijk of uitsluitend gefinancierd met openbare middelen en die informatie-, begeleidings- of adviesactiviteiten uitoefent voor ondernemingsoprichters als blijkt dat in een zone die door de Europese of regionale overheid geografisch bepaald wordt als eer zone die in aanmerking moet komen voor positieve discriminatie, geen actief ondernemingsloket bestaat.
Bij de toepassing van het voorafgaande lid zijn de erkenningsvoorwaarden voorzien [1 in artikel 45, § 1, 2° en § 2]1, niet van toepassing.
----------
(1)

Art. 47. [1 De Koning richt een adviescomité op. Dit comité heeft de volgende taken :
1° de minister adviseren inzake de erkenning als ondernemingsloket en de intrekking en schorsing van die erkenning, het bepalen van het aantal vestigingseenheden en de vestigingsplaatsen;
2° op vraag van de minister, een Gemeenschap of een Gewest, advies uitbrengen over alle aangelegenheden met betrekking tot de werking en de controle van de ondernemingsloketten.
De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit de nadere regels inzake samenstelling en werking van het comité, en de erkenningprocedure van de ondernemingsloketten.]1
----------
(1)

Art. 48. De erkenning wordt toegekend of geweigerd door de minister binnen een termijn van drie maanden na de betekening van de volledigheid van de erkenningsaanvraag. Deze beslissing wordt de aanvrager betekend per aangetekend schrijven.

Art. 49. De aanvrager heeft de mogelijkheid om een nieuwe aanvraag in te dienen indien de redenen voor de weigering niet langer bestaan.

Art. 50. § 1. De erkenning geldt voor een periode van vijf jaar en is hernieuwbaar.
§ 2. [1 De minister maakt de lijst van de erkende ondernemingsloketten en van hun vestigingseenheden bekend op de website van de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie en ook jaarlijks vóór 31 maart in het Belgisch Staatsblad.]1
----------
(1)

Art. 51. De aanvraag om de erkenning van het ondernemingsloket te vernieuwen wordt zes maanden voor het verstrijken van de periode waarvoor de vorige erkenning [1 verleend]1 werd, gericht aan de minister.
Het ondernemingsloket blijft erkend tot de minister zich uitgesproken heeft over de aanvraag tot vernieuwing.
----------
(1)

Art. 52. Elke wijziging van de gegevens verstrekt op het ogenblik van de erkenningsaanvraag moet binnen de maand worden meegedeeld aan de minister. Deze mededeling omschrijft en motiveert de wijziging.

Art. 53. De minister kan, overeenkomstig de modaliteiten vastgesteld door de Koning, ambtshalve beslissen de erkenning te schorsen of in te trekken wanneer de bepalingen van deze wet, haar uitvoeringsbesluiten of de erkenningsvoorwaarden niet gerespecteerd worden.

Afdeling 3. - Verplichtingen van de ondernemingsloketten.

Art. 54. De ondernemingsloketten moeten de continuïteit van de uitvoering van de taken voorzien in artikel 43 in de tijd verzekeren.
De Koning kan de nadere regels vastleggen voor de door de ondernemingsloketten te leveren waarborgen om de continuïteit van de dienstverlening in de tijd te verzekeren.

Art. 55. [1 De Koning bepaalt, bij een Besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de kwaliteitsnormen waaraan de dienstverlening van de ondernemingsloketten moeten beantwoorden, de minimale openingstijden en de bijzondere regels betreffende het beheer, de boekhouding en de jaarrekeningen van de ondernemingsloketten.]1
----------
(1)

Art. 56. De ondernemingsloketten moeten aan de overheden, de administraties en de diensten, met inbegrip van de parketten, de griffies van de hoven en van alle rechtscolleges, de leden van de rechterlijke machten de daartoe gemachtigde ambtenaren van de ministeries, alsook de besturen van de Gemeenschappen, de Gewesten, de provincies, de agglomeraties en de federaties van gemeenten en de gemeenten, en andere instellingen of organisaties aangeduid door de Koning, wanneer zij daartoe door hen wordt aangezocht, onverwijld en kosteloos, op de wijze door de Koning bepaald, alle in hun bezit zijnde inlichtingen verstrekken, inzage verlenen van alle in hun bezit zijnde documenten en stukken en deze instanties bovendien de afschriften of uittreksels te verstrekken, welke zij nodig achten.

Afdeling 4. - Vergoeding van de ondernemingsloketten.

Art. 57. [1 § 1. De Koning kan bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad :
1° het percentage vaststellen dat de ondernemingsloketten inhouden van de ontvangen inschrijvings-, registratie- en publicatierechten, en retributies, als vergoeding voor hun opdracht met toepassing van de artikelen 34 en 43, 8°;
2° de in 1° bedoelde vergoeding aanpassen, volgens door Hem vastgestelde nadere regels, om de kwaliteit van de dienstverlening te stimuleren;
3° de bedragen vastleggen die de ondernemingsloketten ontvangen voor formaliteiten waarvoor zij de beslissingsbevoegdheid hebben toegewezen gekregen van een federale administratie, zoals bedoeld in artikel 43, 6°.
§ 2. De ondernemingsloketten kunnen voor de bijkomende diensten aan ondernemingen, bedoeld in artikel 43, § 2, een prijs vaststellen per verrichting of forfaitair op jaarbasis.]1
----------
(1)

HOOFDSTUK 2. - Toezichten controle op de ondernemingsloketten.

Art. 58. De Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie wordt belast met de controle en het toezicht op de ondernemingsloketten.

Art. 59. § 1. Onverminderd de bevoegdheden van de officieren van de gerechtelijke politie, zijn de ambtenaren, benoemd door de minister belast met de controle en het toezicht op de ondernemingsloketten.
§ 2. In de uitoefening van hun ambt mogen de in § 1 vermelde ambtenaren :
1° binnentreden gedurende de normale openings- en werkuren in de lokalen die door de ondernemingsloketten gebruikt worden;
2° op basis van ernstige aanwijzingen overgaan tot onderzoeken, controles en verhoren en het verzamelen van alle inlichtingen die noodzakelijk zijn om na te gaan of de bepalingen van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten worden nageleefd;
3° het ondervragen van elke persoon over elk feit waarvan de kennis ervan ten nutte is van het toezicht;
4° zonder verplaatsing of onderzoek, elk document, stuk of titel op te vragen nuttig voor de uitoefening van deze taak, hiervan een kopie te vorderen, of mee te nemen tegen afgifte vaneen ontvangstbewijs;
5° processen-verbaal op te maken.
§ 3. Bij de uitvoering van hun toevertrouwde opdrachten, zijn zij onderworpen aan het toezicht van de procureur-generaal.

Art. 60. § 1. De met deze controle belaste dienst ziet toe op de goede uitvoering door de ondernemingsloketten van de hun in uitvoering van deze wet of andere wetten toegewezen taken.
§ 2. Indien wordt vastgesteld dat niet alle voorwaarden in acht werden genomen door het ondernemingsloket, vraagt hij de beheersdienst de inschrijving of wijziging door te halen met toepassing van artikel 24.
§ 3. Hij kan, overeenkomstig artikel 61, een sanctie voorstellen ten laste van een ondernemingsloket dat niet alle vereiste voorwaarden en voorschriften in acht heeft genomen.

Art. 61. § 1. Indien bij een controle blijkt dat een ondernemingsloket zijn opdrachten niet correct vervult, de verplichtingen bedoeld in de artikelen 54, 55 of 56 niet naleeft, of de toepassing van de artikelen 58 tot 60 belemmert, kan de dienst belast met de controle :
1° bij ter post aangetekend schrijven aan het ondernemingsloket een waarschuwing laten geworden met vermelding van de aangeklaagde feiten, de overtreden bepalingen en de termijn waarbinnen een eind dient te worden gesteld aan de vastgestelde feiten;
2° wanneer, binnen de vastgestelde termijn, geen gevolg gegeven wordt aan de verwittiging bedoeld onder 1°, een administratieve geldboete opleggen ten belope van minimaal 100 euro tot het drievoudige van de in het afgelopen kalenderjaar door het betreffende ondernemingsloket in toepassing van artikel 57 ontvangen vergoeding;
3° bij herhaling of bij de overtreding van verschillende van de onder § 1 bedoelde bepalingen, de schorsing of de intrekking van de erkenning van het betreffende ondernemingsloket voorstellen aan de minister.
§ 2. Vooraleer de in § 1, 2°, bedoelde administratieve geldboete op te leggen, of de in § 1, 3°, bedoelde schorsing of intrekking van de erkenning voor te stellen, geeft de met de controle belaste dienst aan het ondernemingsloket de mogelijkheid gehoord te worden. De dienst richt daartoe bij ter post aangetekend schrijven een oproep met vermelding van de aangeklaagde feiten, de overtreden bepalingen, de raadplegingsmodaliteiten van het dossier en de datum van de hoorzitting die slechts ten minste vijftien dagen na de verzending van de oproep kan vastgelegd worden.
§ 3. De onder § 1, 1° en 2°, bedoelde verwittigingen en sancties kunnen, binnen de zestig dagen volgend op hun bekendmaking, het voorwerp uitmaken van een beroep, bij ter post aangetekend schrijven gericht aan de minister. De minister of de daartoe gemachtigde ambtenaren horen de belanghebbenden en spreken zich uit binnen de zestig dagen die volgen op de indiening van het beroep. De beslissingen worden bij ter post aangetekend schrijven bekend gemaakt.

TITEL V. - Sancties.

Art. 62. § 1. Wordt gestraft met een geldboete van 1 tot 25 euro :
1° hij die artikel 13 overtreedt;
2° hij die verzuimt om de in artikel 36 bepaalde doorhaling te vorderen.
§ 2 Wordt gestraft met een geldboete van 26 tot 10.000 euro :
1° hij die gehouden is tot inschrijving in het handelsregister, doch activiteiten uitoefent zonder de inschrijving in het handelsregister te hebben aangevraagd;
2° hij die is ingeschreven in het handelsregister, doch activiteiten uitoefent of een vestigingseenheid uitbaat waarvoor hij niet is ingeschreven in het handelsregister of activiteiten uitoefent die niet vallen onder het doel waarvoor hij is ingeschreven in het handelsregister;
3° hij die een wijziging van de inschrijving in het handelsregister niet binnen de bij artikel 35 gestelde termijnen gevraagd heeft;
4° hij die wetens een onjuist verzoek tot inschrijving of wijziging indient;
5° hij die een economische activiteit uitoefent waarvan hij een ondernemingsloket niet heeft in kennis gesteld of waarvoor hij wetens onjuiste inlichtingen heeft verstrekt.
§ 3. Wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met een geldboete van 3 euro tot 50 euro of met één van die straffen alleen, hij die de Beslissingen of besluiten bedoeld in artikel 18 overtreedt.
§ 4. Wordt gestraft met een gevangenisstraf van drie maanden tot vijf jaar en met een geldboete van 25 tot 500 euro of met één van die straffen alleen, hij die :
1° het uitoefenen van de rechten zoals bepaald in artikel 19 verhindert;
2° de bepalingen van artikel 20 of 29 overtreedt;
3° de toepassing van artikel 59 verhindert.
§ 5. Wordt gestraft met een gevangenisstraf van één maand tot zes maanden en met een geldboete van 100 tot 10.000 euro of met één van die straffen alleen :
1° hij die een economische activiteit uitoefent nadat de inschrijving in het handelsregister hem werd geweigerd of nadat ze werd doorgehaald;
2° hij die drie dagen na de betekening van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis of arrest van veroordeling, de hem verboden economische activiteit verder uitoefent.
In dit laatste geval doet het Openbaar ministerie bovendien de zegels leggen op het lokaal waarin de activiteit wordt uitgeoefend of treft zij iedere andere gepaste maatregel.

Art. 63. De bepalingen van Boek I van het Strafwetboek, met inbegrip van hoofdstuk VII en van artikel 85, zijn van toepassing op de inbreuken bedoeld in deze wet.

TITEL VI. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen.

Art. 64. Artikel 67, § 2, van het wetboek van vennootschappen wordt vervangen als volgt :
" § 2. De neergelegde stukken worden bewaard in het dossier dat voor iedere vennootschap op deze griffie wordt bijgehouden en de betreffende vennootschappen worden ingeschreven in het rechtspersonenregister, onderdeel van de Kruispuntbank van Ondernemingen. "

Art. 65. Artikel 78, eerste lid, 4°, van hetzelfde wetboek, wordt vervangen als volgt :
" 4° het woord " rechtspersonenregister " of de afkorting " RPR ", gevolgd door het ondernemingsnummer.
(Voor de vennootschappen, opgericht voor 1 juli 2003, treedt het eerste lid in werking op 1 januari 2005.) ".

Art. 66. Artikel 84, § 2, van hetzelfde wetboek wordt vervangen als volgt :
" § 2. De neergelegde stukken worden bewaard in het dossier dat voor ieder van deze vennootschappen op deze griffie wordt bijgehouden en de betreffende vennoot schappen worden ingeschreven in het rechtspersonenregister, onderdeel van de Kruispuntbank van Ondernemingen. "

Art. 67. Artikel 86, eerste lid, 5°, van hetzelfde wetboek wordt vervangen als volgt :
" 5° het ondernemingsnummer toegekend in toepassing van de wet van... tot oprichting van een Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister en tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen; ".

Art. 68. In artikel 88, eerste lid, van hetzelfde wetboek wordt de zin " Deze dossiers worden bijgehouden bij het register van de buitenlandse vennootschappen die in België geen bijkantoor hebben. " vervangen door de zin " Deze vennootschappen worden ingeschreven in het rechtspersonenregister, onderdeel van de Kruispuntbank van Ondernemingen. "

Art. 69. 1° In de artikelen 16, vijfde lid, 17, § 6, vierde lid, 26octies, § 1 en § 4, 26novies, § 1, 31, § 1, en 37, § 6, vierde lid, van de wet van 27 juni 1921 betreffende de verenigingen zonder winstoogmerk, de internationale verenigingen zonder winstoogmerk en de stichtingen, worden de woorden " rechtbank van eerste aanleg " of " burgerlijke rechtbank " vervangen door de woorden " rechtbank van koophandel ".
2° In artikel 26octies, § 4, eerste zin, van dezelfde wet, worden de woorden " de rechtbank " vervangen door de woorden " de rechtbank van eerste aanleg ".

Art. 70. (NOTA : onderhavig artikel 70 werd ingetrokken bij W 2003-04-08/33, art. 136. Justel heeft geen kennis dat de datum van inwerkingtreding van dit artikel vastgesteld zou zijn geworden. De tekst van dit artikel wordt hier behouden ten einde van documentatie.) Artikel 4 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, gewijzigd bij de wet van 25 januari 1999, wordt vervangen als volgt :
" Art. 4. De Kruispuntbank is belast met het inzamelen, het opslaan en het verwerken van de gegevens met betrekking tot de identificatie van de personen, voor zover verscheidene instellingen van sociale zekerheid deze gegevens nodig hebben voor de toepassing van de sociale zekerheid of voor zover de identificatie van deze personen vereist is in uitvoering van de wet van... houdende oprichting van de Kruispuntbank van Ondernemingen, tot modernisering van het handelsregister en tot oprichting van erkende ondernemingsloketten en houdende diverse bepalingen in de mate dat de aan de Kruispuntbank ter beschikking gestelde gegevens voldoen aan de door Kruispuntbank vastgelegde kwaliteitsnormen om de betrokken persoon eenduidig te kunnen identificeren.
Deze opdracht heeft geen betrekking op de gegevens die door het Rijksregister worden opgeslagen en waartoe de instellingen van sociale zekerheid en de overheden, administraties en diensten bedoeld bij artikel 8, eerste lid, van bovenvermelde wet toegang hebben. "

Art. 71. Artikel 8 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt :
" Art. 8. § 1. Bij de verwerking van gegevens in toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten worden uitsluitend de volgende identificatiemiddelen gebruikt :
1° het identificatienummer van het Rijksregister, indien het gegevens betreft die betrekking hebben op een natuurlijke persoon die in voormeld Rijksregister opgenomen is;
2° het identificatienummer van de Kruispuntbank, vastgesteld op de wijze bepaald door de Koning, indien het gegevens betreft die betrekking hebben op een natuurlijk persoon die niet in voormeld Rijksregister opgenomen is.
§ 2. Het gebruik van het onder § 1, 2°, bedoelde identificatienummer van de Kruispuntbank is vrij. "

Art. 72. Worden opgeheven :
1° de wet van 18 maart 1965 op het ambachtsregister;
2° het koninklijk besluit van 20 juli 1964 houdende coördinatie van de wetten betreffende het handelsregister.

TITEL VII. - Slotbepalingen.

Art. 73. De Koning kan, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad en na advies van de Coördinatiecommissie bedoeld in artikel 26, de van kracht zijnde wettelijke bepalingen opheffen, aanvullen, wijzigen of vervangen teneinde op eenvormige wijze te voorzien in de identificatie van de titularissen van de inschrijving bedoeld in artikel 4, het verzamelen van de gegevens bedoeld in artikel 6, de éénmalige verzameling bedoeld in artikel 7, eerste lid, het onderlinge en wederzijdse gebruik van het ondernemingsnummer van de Kruispuntbank van Ondernemingen voorzien in artikel 11, evenals de invoering van het inschrijvingsrecht bedoeld in artikel 34.
De minister van Economische Zaken en de minister belast met Middenstand, kunnen een termijn voorschrijver binnen dewelke het advies moet worden gegeven, zonder dat deze korter mag zijn dan een maand. Bij het verstrijken van deze termijn is dit advies niet meer vereist.

Art. 74. De Koning kan de verwijzingen in wetten en koninklijke besluiten naar de griffies van de rechtbanken van koophandel in hun hoedanigheid van beheerder van het handelsregister en de verschillende lokale registers aanpassen overeenkomstig hetgeen in deze wet bepaald is.
Bovendien kan de Koning de verwijzingen in wetten en koninklijke besluiten naar de verschillende lokale registers alsook naar het centraal handels- of ambachtenregister aanpassen overeenkomstig hetgeen in deze wet bepaald is.

Art. 75. § 1. Het personeel, de goederen, rechten en verplichtingen van de Kamers van Ambachten en Neringen worden overgedragen naar de Federale Overheidsdienst Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.
In afwijking van het eerste lid worden de onroerende goederen en alle rechten en verplichtingen aangaande onroerende goederen overgedragen aan de Regie der Gebouwen.
De Koning bepaalt de wijze waarop deze overdrachten plaatsvinden.
§ 2. Wanneer de in § 1 vermelde overdrachten hebben plaats gehad, worden de Kamers van Ambachten en Neringen afgeschaft en worden de artikelen 1 tot 5 van de op 28 mei 1979 gecoördineerde wetten betreffende de organisatie van de Middenstand, opgeheven.
§ 3. De op de datum van bekendmaking van deze wet werkende en plaatsvervangende leden van de professionele sectie van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen, die werden aangewezen door de Kamers van Ambachten en Neringen, behouden en voleindigen dit mandaat. Zij worden voor dit mandaat beschouwd als aangewezen door de interfederale bureaus.

Wijzigingen aan de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap.

Art. 76. Artikel 9 van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap, gewijzigd door de wet van 3 mei 1999 en het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 9. De inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen als handels- of ambachtsonderneming geldt als bewijs dat aan de gestelde eisen inzake ondernemersvaardigheden werd voldaan, behoudens bewijs van het tegendeel. "

Art. 77. In artikel 10 van dezelfde wet wordt de eerste volzin vervangen door de volgende woorden : " De volgende personen worden vrijgesteld van bewijs van ondernemersvaardigheden : ".

Art. 78. In artikel 11 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° In § 1 wordt de eerste volzin vervangen door de volgende woorden : " De volgende personen worden voorlopig vrijgesteld van het bewijs van ondernemersvaardigheden : ";
2° § 2 wordt vervangen als volgt :
" § 2. Als de natuurlijke persoon, die overeenkomstig de artikelen 4, § 2, en/of 5, § 2, het bewijs levert van de basiskennis van het bedrijfsbeheer en/of van de beroeps bekwaamheid, de onderneming verlaat, beschikt de onderneming over zes maanden om opnieuw te voldoen aan de vereisten bepaald in de artikelen 4, § 1, en/of 5, § 1. "

Art. 79. Artikel 12 van dezelfde wet wordt opgeheven.

Art. 80. In artikel 16, § 1, van dezelfde wet, wordt het eerste lid vervangen als volgt :
" Met een geldboete van 250 tot 10.000 euro wordt gestraft ieder die zonder te beschikken over de basiskennis van het bedrijfsbeheer en/of de beroepsbekwaamheid een beroepsactiviteit uitoefent waarvan de uitoefening overeenkomstig dit hoofdstuk is geregeld. "

Art. 81. In artikel 17 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 4 wordt het tweede lid opgeheven;
2° een § 5 wordt toegevoegd, luidend als volgt :
" § 5. De rechtspersoon die houder is van een getuigschrift op zijn naam, mag zijn beroepswerkzaamheden blijven uitoefenen zolang de natuurlijke persoon die bewezen heeft te beschikken over de basiskennis van het bedrijfsbeheer en/of over de beroepsbekwaamheid, de onderneming niet verlaat.
Zodra de bedoelde natuurlijke persoon de onderneming verlaat, beschikt de rechtspersoon over zes maanden om te voldoen aan de vereisten bepaald in de artikelen 4, § 1 en/of 5, § 1. "

Art. 82. Het opschrift van titel IV van dezelfde wet wordt gewijzigd als volgt :
" TITEL IV. - Dienst voor de Administratieve Vereenvoudiging ".

Art. 83. Hoofdstuk I van titel IV van dezelfde wet, bestaande uit de artikelen 37 tot 39, wordt ingetrokken.

Art. 84. Het opschrift van hoofdstuk II van titel IV van dezelfde wet wordt geschrapt.

Art. 85. Hoofdstuk III van titel IV van dezelfde wet, bestaande uit artikel 44, wordt ingetrokken.

Art. 86. De krachtens de artikelen 73 tot 75 genomen koninklijke besluiten die niet bij wet zijn bekrachtigd op de eerste dag van de vierentwintigste maand volgend op deze van hun publicatie in het Belgisch Staatsblad , houden op uitwerking te hebben.

Art. 87. De Koning bepaalt uitgezonderd dit artikel dat onmiddellijk in werking treedt (en artikel 65 dat op 1 juli 2003 in werking treedt), bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, voor elk artikel van deze wet de datum waarop het in werking treedt.
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 1 tot 8, 11, lid 2, 27 tot 32, 42 tot 63, 71, 73 tot 75 en 82 tot 86 vastgesteld op 19-05-2003 door KB 2003-05-15/34, art. 2)
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 10, 12 tot 19, 21 tot 25, 33 tot 41, 64 tot 69 en 72 vastgesteld op 01-07-2003 door KB 2003-05-15/34, art. 3, § 1 ; zie ook art. 3,§ 2)
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 11, lid 1 vastgesteld op 01-01-2005 door KB 2003-05-15/34, art. 4)
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 76 tot 81 vastgesteld op 01-07-2003 door KB 2003-06-16/33, art. 12)
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 26 vastgesteld op 01-03-2003 door KB 2003-03-13/47, art. 11)
(NOTA : Inwerkingtreding van art. 20 vastgesteld op 29-10-2008 door KB 2005-12-08/60, art. 1)
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 16 januari 2003.
ALBERT
Van Koningswege :
De Eerste Minister,
G. VERHOFSTADT
De Minister van Ambtenarenzaken en Modernisering van openbare besturen,
L. VAN DEN BOSSCHE
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
De Minister van Telecommunicatie en overheidsbedrijven en Participaties, belast met Middenstand,
R. DAEMS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN.





MEER INFO?

Contactformulier

Consultatie na afspraak

De inhoud van deze website is louter informatief, en kan niet aanzien worden als het verlenen van juridisch advies, noch kunnen hieraan rechten ontleend worden. De auteurs aanvaarden hieromtrent geen enkele aansprakelijkheid.



Cassier &
Van Maldeghem

Kantoor Gent
Brugsevaart 31
9030 Gent

+32 (0)9 349 61 23


Kantoor Antwerpen
Brusselstraat 51
2018 Antwerpen

+32 (0)3 369 12 72


kantoor@cvm-advocaten.be